Vogel van de maand: de kleine karekiet

kleine karekiet

Nu de maand mei is aangebroken, zijn ook de kleine karekieten weer gearriveerd uit het verre zuiden. Ze overwinteren in tropisch Afrika ten zuiden van de Sahara. Een enorme reis, die dit kleine vogeltje van het formaat koolmees, twee keer per jaar maakt.

De vogel is vernoemd naar het geluid dat hij maakt, en dat klinkt als karre-karre-kiet-kiet-kiet. Hij heeft ook nog een direct familielid van iets grotere afmetingen, die grote karekiet heet. Die vogel is in de laatste halve eeuw enorm in aantal afgenomen, en zeker niet in het Rembrandtpark aan te treffen. Met de kleine karekiet daarentegen gaat het sinds de jaren zeventig steeds beter. Tussen 1979 en 1985 werden er zo’n 70 à 110.000 broedparen in ons land geteld. Inmiddels zijn dat 150 à 250.000 duizend broedparen geworden.

De kleine karekiet is aan riet gebonden, dankzij de toename van riet in het park, is dit vogeltje een decennium geleden in het park gaan nestelen. Het aantal broedparen schommelt hier tussen de 1 – 5 broedpaar.

 In hun broedgebieden buiten de stad, moeten de kleine karekieten altijd rekening houden met de koekoek, die graag een ei in een karekietennest legt. Waarna het koekoeksjong als hij eenmaal uit het ei gekropen is, meteen alle andere eieren dan wel jongen uit het nest werkt, zodat alleen hij al het voedsel dat de karekietenouders aanbrengen tot zijn beschikking heeft. Voor die karekieten in het Rembrandtpark speelt dat geen rol, want in het park komt de koekoek niet voor. Kleine karekieten leggen doorgaans vier eieren, die zo’n elf dagen worden bebroed, waarna ze uitkomen. Na bijna twee weken verlaten de jongen het nest, en gaan ze het riet verder verkennen. In het begin worden ze dan nog door de ouders gevoerd.

De kleine karekiet broedt het liefste tussen oud riet, daarom is het belangrijk dat niet al het riet met het aanbreken van de herfst wordt gemaaid, want tussen alleen jong riet gaat de kleine karekiet niet nestelen.

De kleine karekiet is vooral licht bruin, met een nog lichtere buik en een wit keeltje. Ook de poten en de snavel zijn bruin. Rond het oog loopt een lichte ring.

Het voedsel van de kleine karekiet bestaat vooral uit insecten en daarnaast ook kleine slakjes.

Teun van Dijk

Friday, May 5th, 2023 Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de boomklever

Boomklever

De boomklever is directe familie van de eerder besproken boomkruiper. Eigenlijk zouden die namen beter omgeruild kunnen worden, want juist de boomkruiper gaat langs de boomstammen omhoog, alsof hij er tegenaan gekleefd zit. De boomklever gedraagt zich meer als een mees bij het voedsel zoeken. Hij vertoont ook het typisch acrobatische mezengedrag. In tegenstelling tot de boomkruiper kan hij behalve omhoog, ook omlaag langs de boomstammen foerageren. De boomkruiper ondersteunt met zijn staart zijn klimpartij, dat doet een boomklever in het geheel niet.

Het voedsel bestaat uit insecten, noten en zaden. Ze verstoppen ook zaden, zoals ook vlaamse gaaien doen. Die plek kunnen ze ongeveer een maand onthouden. Ze klemmen net als een specht noten soms in spleten om ze zo beter met hun snavel open te kunnen hakken.

De boomklever neemt sinds 1970 in ons land flink toe van 5000 tot 6000 paar toen, naar 34.000 tot 42.000 paar nu. Dit komt o.a. door een natuurlijker bosbeheer en de toename van bos in ons land, en aanplant van meer inheemse boomsoorten.

Het is een vogel met een opvallende zwarte naar achteren doorlopende ooglijn. Hij heeft een oranje buik en keel, zijn wangen zijn wit, de kopkap, rug, vleugels en staart zijn blauw. Hij heeft krachtige tenen met lange nagels, om goed grip op de bomen te hebben. Vooral de lange achterteen is heel opvallend.

De boomklever broedt in boomholtes en in nestkastjes. Holtes met een te grote opening metselen ze met klei gedeeltelijk dicht om zo vijanden (zoals eekhoorns en marters) uit hun nest te weren.

Op de Veluwe hebben boomklevers last van kalkgebrek. Hierdoor leggen ze zwakke eieren die soms tijdens het broeden breken, en jonge vogels krijgen broze botten, die breken vóór ze kunnen uitvliegen. Beukennootjes en zonnebloempitten bevatten kalk, en het aanbieden van verkruimelde kippeneierschalen op de voedertafel biedt de boomklever ook die belangrijke bouwstof.

Boomklevers zijn standvogels (ze blijven het hele jaar in de buurt van hun broedgebied). Ze hebben ongeveer het formaat van een huismus. De laatste jaren verschijnen ze steeds meer in villawijken. In het westen van ons land zijn boomklevers nog schaars, maar in het Rembrandtpark is het een onregelmatige broedvogel. Ze vliegen net als een specht met golfbewegingen.

Teun van Dijk

Saturday, April 1st, 2023 Natuur in het park No Comments

Schoonmaakactie Rembrandtpark 18 maart van 11 tot 13 uur

Rembrandtpark Schoon

Schoonmaakactie 18 maart van 11 tot 13 uur

Start: Bouwspeelplaats Het Landje met koffie en koek.
Initiatiefnemer: Jorien Röling

Doen jullie mee met de voorjaarsschoonmaak in het Rembrandtpark op zaterdag 18 maart?

We verzamelen bij Bouwspeelplaats Het Landje om 11 uur en versterkt met koffie, thee en koek gaan we aan de slag. De gemeente verzorgt prikstokken, ringen en zakken. Ze steunen ook door volle zakken onderweg op te halen. Ook organisaties rond het Rembrandtpark doen mee met de actie. Het wordt een cadeau voor ons jarige park dat dit jaar 50 jaar bestaat.

Omdat er nog niet veel groen is, is dit het ideale moment om al die troep uit de bermen te halen. Er liggen veel blikjes. Het statiegeld op blik gaat per 1 april 2023 in. Hopelijk wordt dat nog een cadeau voor het park en gaat dat veel afval schelen in de toekomst.

Doe mee. Mocht je iets extra’s willen doen of een leuk idee hebben, mail me dan: rembrandtparkschoon@gmail.com.

Schoonmaakactie
De schoonmaak groep in 2021
Wednesday, March 8th, 2023 Algemeen No Comments

Vogelexcursie zondag 12-3-2023

Op zondag 12 maart willen we weer een vogelrondleiding door het park houden.

We vertrekken om 10.00 uur vanaf de ingang van de kinderboerderij. Omdat het aantal deelnemers wel begrensd is, is aanmelding voor deze excursie noodzakelijk.

Dit kan via e-mail: tr.vandijk@planet.nl  of telefonisch via 020-6141492 Als het weer langdurige regen te zien geeft, zal de excursie geen doorgang vinden. Het meenemen van een verrekijker verdient wel aanbeveling. (misschien van een bekende lenen?)

Kans dat we deze vogel op onze rondwandeling treffen. Wat zou het voor vogel zijn?

Friday, March 3rd, 2023 Algemeen, Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de stormmeeuw

stormmeeuw

Al eerder kwamen de zilvermeeuw en de kokmeeuw als vogel van de maand voor het voetlicht. De stormmeeuw is een tussenmaatje van deze meeuwen. Hij lijkt nog het meest op een kleinere maat zilvermeeuw. Van die vogel verschilt hij door groene poten i.p.v. vleeskleurige. Ook zijn snavel is groenig i.p.v. geel zoals bij de zilvermeeuw. In dat opzicht verschilt hij ook van de kokmeeuw, die een rode snavel heeft en ook rode poten. Als deze meeuwen in een verzamelgroep staan, worden de verschillen in kleuren en groottes wel duidelijk. In de lucht is het onderscheid een stuk moeilijker. Een zilvermeeuw is 56 cm, een stormmeeuw 41 cm en een kokmeeuw 38 cm.

In de winter heeft de stormmeeuw een grijsbruin gespikkelde kop en hals, een zilvermeeuw heeft die spikkeling in veel mindere mate. Een kokmeeuw heeft een duidelijke slanke hals, terwijl een stormmeeuw meer het beeld geeft van een ‘goeiige stierennek’.

Het lijf en de staart zijn wit, de vleugels zijn blauwgrijs met duidelijke zwarte vleugelpunten.

Net als bij de andere meeuwensoorten, hebben ook de jonge stormmeeuwen de eerste twee jaren van hun leven nog veel bruine veren. Pas in het derde jaar krijgen ze het volwassen verenkleed.

De vogel dankt zijn naam aan het feit dat hij bij stormachtig weer meer in het binnenland te zien was. De stormmeeuw is meer dan de kokmeeuw een zee- en kustvogel. Juist in deze periode van het jaar verschijnen ze vaak bij andere meeuwen, op de grasvelden in het Rembrandtpark. Dat ze in de winter parken bezoeken, is iets van de laatste halve eeuw. Daarvóór bleven deze vogels veel meer bij de kust.

Het is een standvogel; slechts een klein deel van de populatie trekt weg naar Engeland, Frankrijk, Spanje en Portugal. Onze vogels worden in de winterperiode aangevuld met soortgenoten uit Scandinavië, de Baltische staten en Rusland.

Stormmeeuwen broeden in kolonies,  vooral in het Waddengebied en de Zeeuwse Delta. Ze brengen jaarlijks één broedsel met drie eieren groot.

Ze eten vooral vis en daarnaast wormen, insecten en allerlei afval.

Teun van Dijk

Wednesday, March 1st, 2023 Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de ooievaar

Ooievaars zijn wat forser dan een reiger. Zijn poten en snavel zijn roodachtig. De grote en kleine slagpennen zijn zwart, en de rest van het lijf is geheel wit.

Ooievaars zijn vooral zweefvliegers, en op hun voor- en najaarstrek kun je soms een flinke groep zien rondcirkelen, om op de thermiek hoogte te winnen en daarna in glijvlucht de goede richting op te gaan. Ze maken steeds opnieuw zulke cirkelbewegingen in de lucht, als een soort tussenstation. Grote afstanden leggen ze dus op dezelfde manier af als wij doen met onze zweefvliegtuigen.

Het voedsel van de ooievaar bestaat vooral uit veldmuizen, woelratten, mollen, kevers, sprinkhanen, vlinders, regenwormen en kikkers.

Mensen verleiden ooievaars met kunstnesten op karrenwielen op flinke palen, om daar te gaan nestelen. De ooievaars die soms in het Rembrandtpark te zien zijn, zijn afkomstig uit het Vondelpark, waar inmiddels twee paartjes broeden. Zo nu en dan strijken ze wel eens neer op de ooievaarspaal op het schooltuincomplex, maar die is door de uitgroei van de bomen inmiddels eigenlijk te laag geworden.

In 1981 dreigde de ooievaar als broedvogel uit Nederland te verdwijnen, toen het paartje op het gemeentehuis van Oudewater geen jongen voortbracht. Ook op Schoonrewoerd broedden toen nog wilde ooievaars, en dat was de gehele Nederlandse populatie.

Ook in Zwitserland dreigden in 1950 de ooievaars als broedvogel te verdwijnen, en men heeft dat weten te voorkomen door gekortwiekte ooievaars (afkomstig uit het buitenland) op een beperkt terrein te houden. Op den duur kon men de vogels weer in vrijheid laten broeden.

In Groot Ammers in de Alblasserwaard is in 1969 naar Zwitsers voorbeeld een eerste “ooievaarsdorp” opgezet. Dat voorbeeld werd al snel in meerder andere voormalige ooievaarsgebieden gevolgd. Deze vrijgelaten opgekweekte vogels werden deels bijgevoerd in de winter, als ze niet naar het verre zuiden trokken.

Deze winter bleken er 915 ooievaars in ons land te overwinteren. Het jaar daarvóór waren dat er 986. De afname van dit aantal in de winter, is toe te schrijven aan het steeds meer optreden van de vogelgriep, zo is uit onderzoek gebleken.

Inmiddels zijn er over het hele land verdeeld zo’n 1000 broedparen. Dat is het dubbele van het aantal in 1910. Van vóór 1910 zijn geen landelijke tellingen bekend.

De voormalige ooievaarsdorpen worden nu gebruikt als revalidatiecentrum voor gewonde of verweesde ooievaars. Men is dus duidelijk succesvol geweest in het behouden van de ooievaar als broedvogel in Nederland.

In de herfst trekt een deel van de ooievaars -zoals ze altijd deden- naar het verre zuiden, een klein deel overwintert in ons land. Door de steeds zachtere winters gaat dit ook steeds vaker zonder problemen.

In Amsterdam worden de meeste ooievaarsjongen geringd, vaak met hulp van de brandweer. Dat gaat bij deze vogels erg gemakkelijk, want de jongen houden zich bij gevaar dood. Ze stribbelen dus niet tegen als ze opgepakt worden om een pootring om te krijgen. Die pootringen zijn met een verrekijker net als bij de nijlganzen afleesbaar; zo kunnen de ooievaars tijdens hun leven gevolgd worden en krijgen we een beeld waar ze zich zoal ophouden, en of de nest-bewonende ooievaars dezelfde zijn als het jaar ervoor.

Teun van Dijk

Sunday, February 5th, 2023 Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de fazant

De fazant is geen alledaagse vogel in het Rembrandtpark, maar onlangs is er toch één opgedoken. Zodoende dacht ik: die promoot ik meteen tot vogel van de maand.

De fazant is geen oorspronkelijke Nederlandse vogel. Hij is in de tweede helft van de middeleeuwen ingevoerd als siervogel bij adellijke verblijfplaatsen. In een later stadium is hij een geliefd jachtobject geworden en werden fazanten daartoe speciaal gekweekt, waarbij de eieren soms door kippen werden uitgebroed.

Fazanten leven hoofdzakelijk van allerlei zaden en bodemorganismen (insecten, wormen, pissebedden e.d.).

Het fazantmannetje valt direct op door zijn lange staart, die van het vrouwtje is maar half zo lang. De man heeft een donkergroene kop, met een rode vlek bij het oog, en afhangende rode lellen.  Veel fazantmannen hebben een witte halsring waar de nek overgaat in de borst. De rest van het lijf is bruin, waarbij de buik voorzien is van zwarte driehoekjes en op de bruine rug zijn witte sierpuntjes aanwezig.

Het vrouwtje heeft een echte schutkleur, zoals we die kennen van de eenden, waardoor ze op het nest, dat op de bodem ligt, helemaal niet opvalt. Ze is lichtbruin met allerlei zwarte accenten.

Net als bij de eenden legt de hen een groot aantal eieren. Pas als alle eieren gelegd zijn, gaat het vrouwtje broeden, zodat de eieren vrijwel gelijktijdig uitkomen. De jongen zijn nestvlieders, dat wil zeggen dat de jongen, nadat ze uit het ei zijn gekropen en opgedroogd, al snel met de hen en de andere broertjes en zusjes op pad gaan. Ze worden niet door de hen gevoerd, maar jagen in het kuikenstadium vooral op insecten en andere bodemdieren. Later schakelen de jongen ook over op zaden.

Fazanten kunnen vliegen, maar het liefst maken ze zich rennend uit de voeten bij gevaar. Ook drukken ze zich tegen de grond, als ze het gevoel hebben door hun schutkleur aan het gevaar te kunnen ontsnappen. Zo kun je soms bijna op een fazant trappen, die jou al lang had gezien, maar jij hem niet door die schutkleur en het zich tegen de grond drukken. Op zo’n moment gaat die fazant dan toch met veel lawaai op de vleugels, en schrik jij soms meer van die fazant dan hij van jou.

Fazanten slapen het liefst in een boom, zodat ze niet ten prooi vallen aan vossen.

Teun van Dijk

Tuesday, January 10th, 2023 Natuur in het park No Comments

Nieuwjaarsgroet Vrienden Rembrandtpark

Het bestuur van de Vereniging Vrienden van het Rembrandtpark wenst u een fijne jaarwisseling en een gelukkig en gezond 2023!

Sneeuw in het Rembrandtpark
Sneeuw in het Rembrandtpark
Saturday, December 31st, 2022 Algemeen No Comments

Vogel van de maand: de slobeend

Slobeend
Slobeend paartje

De slobeend is geen broedvogel in het Rembrandtpark, maar wel een schaarse bezoeker. In Nederland komen zo’n 9.000 – 13.000 paartjes slobeenden tot broeden. Ze broeden buiten de stedelijke omgeving. Liefst in waterrijke natuurgebieden, maar ook langs slootjes in weidegebieden, als die niet intensief (veelvuldig maaien, of door veel koeien laten begrazen) beheerd worden.

De meeste slobeenden die we te zien krijgen, komen uit Noordoost-Europa. Vanaf eind september tot half november vliegen ze ons land binnen, en zo lang het niet gaat vriezen, blijven vele hier hangen. Bij invallende vorst trekken ze verder naar het zuiden tot rond de Middellandse Zee. Vanaf maart vertrekken ze dan weer naar hun broedplaatsen.

Het eerste dat bij deze eend opvalt, is de enorme snavel. Die is heel breed en ook lang. Heel bijzonder is dat de snavel, zowel de onder- als de bovensnavel, voorzien is van een soort baleinen, zoals we die kennen van walvissen. Op de kopfoto van het mannetje zijn die baleinen enigszins zichtbaar. Met die baleinen filteren deze eenden hun voedsel uit het water. Dat voedsel is vooral plantaardig, maar ook waterinsecten worden niet versmaad. Als ze op het water dobberen, lijkt het haast of ze helemaal geen hals hebben, vergeleken met de zwemhouding van andere eenden. Dat heeft te maken met het feit dat ze hun voedsel vooral aan het wateroppervlak zoeken.

Het vrouwtje lijkt erg op het vrouwtje van de wilde eend. Het mannetje heeft wel dezelfde kopkleur als de wilde eend, maar een geheel witte borst en kastanjebruine flanken. Ze hebben net als de wilde eend oranje poten. De rug is grijsblauw, net als de vleugels. Als ze die uitslaan, zie je een groene spiegel afgezet met een brede witte band.

Het is een heel zwijgzame eend. In deze tijd bestaat tot de vorst invalt, een goede kans zo’n eend of eendenpaar op de vijvers in het park aan te treffen.

Teun van Dijk

Sunday, December 4th, 2022 Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de krakeend

krakeend

De krakeend was tot 1970 een schaarse broedvogel in Nederland. Mede door het afschaffen van de jacht op deze eend begon in de 90’er jaren de stand langzaam te groeien. Ook het ontstaan van Flevoland heeft daar veel aan bijgedragen.

De vogel dankt zijn naam aan het geluid dat hij maakt. Dat klinkt als krak-krak.

In de herfst komen veel krakeenden uit Noord- en Oost-Europa naar ons land, om hier te overwinteren. In deze periode beginnen de krakeenden al paren te vormen. De ruiperiode is voorbij en de eenden zijn nu op hun mooist.

De krakeend is niet bepaald een opvallende eend te noemen. Het mannetje heeft niet een direct in het oog springend verenkleed. Het is vooral een bruingrijze eend. Het achterlijf is zwart, behalve de staart. Als deze eend zijn vleugels uitslaat valt direct zijn witte vleugelspiegel op. Ook het vrouwtje heeft zo’n witte vleugelspiegel. Verder lijkt ze erg op het vrouwtje wilde eend. Als de vleugels opgevouwen zijn, is er van dat wit maar heel weinig te zien. Dat geldt ook voor de vleugeldekveren, die bij het mannetje een kastanjekleurige tint hebben, maar die grotendeels schuil gaan onder de rugdekveren. De foto geeft dat goed weer. De wangen van het mannetje zijn heel licht en de snavel is donkergrijs. De poten zijn gelig, terwijl de wilde eenden oranje poten hebben.

Als de vogel van dichtbij kan worden bekeken, komt de fijne veertekening beter tot zijn recht. Het is net of die veertjes allemaal met oostindische inkt en pen zijn getekend.

De krakeend broedt sinds 2008  in klein aantal in het Rembrandtpark. Ze gaan pas broeden als de wilde eenden met pullen verschijnen.

Het voedsel is vooral plantaardig, maar allerlei kleine waterdiertjes worden ook graag gegeten.

Teun van Dijk

Tuesday, November 1st, 2022 Natuur in het park No Comments

Abonneer U!

Search

 

Categorieën

Kalender

June 2024
M T W T F S S
 12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930

Archief