Algemeen

Vogel van de maand: de merel

merel
merel vrouwtje
merel
merel mannetje

De merel behoort tot de familie van de lijsters. In tegenstelling tot andere lijsterachtigen kun je bij de merel het vrouwtje en het mannetje goed van elkaar onderscheiden. De foto’s tonen het vrouwtje, dat geheel bruin gekleurd is, met een iets lichtere buikzijde. Het mannetje is geheel zwart met een oranje/gele snavel.

Merels zijn in Nederland standvogel, maar in de herfst komen er veel merels uit noordoostelijker streken naar ons land om te overwinteren. Als het winterweer zachter wordt, kunnen merels in februari al hun zang laten horen. Daarbij gaat het mannetje meestal op een hoge positie zitten. Die zang begint al een uur voor zonsopgang. In de lente gaan merels ook meestal met het invallen van de avondschemering zingen. Naast boomtoppen zien we ze dan vaak op lantaarnpalen en schoorstenen hun zang ten gehore brengen.

Tot 1900 was de merel voornamelijk een bosvogel, maar sindsdien is hij langzaam de bebouwde kom gaan opzoeken en tegenwoordig kun je hem in parken en tuinen in heel Amsterdam tegenkomen. Ze beginnen al vroeg in het voorjaar met de nestbouw. Het nest van deze vogels is een fraai vlechtwerk van grasstengels, dunne twijgen, mosjes en andere zachte materialen. De binnenkant bestrijken ze met vochtige aarde, zodat een stevig komvormig nest ontstaat. Daarin legt het vrouwtje dan 4 of 5 blauwe eitjes die overal kleine donkere vlekjes hebben. Na twee weken broeden, kruipen de jongen uit het ei en twee weken later verlaten ze het nest om nog wat onbeholpen met hun ouders op voedseljacht te gaan. De eerste tijd worden ze dan nog steeds door de oudervogels gevoerd.

Merels broeden nu zelfs soms in schuurtjes met een open verbinding naar buiten, waarbij een opgehangen helm dan benut wordt als bouwplaats voor het nest. Anders bouwt de merel het wel ergens op een plank. Ook in een balkonplantenbak kun je een merelnest aantreffen. Ze broeden meestal 2x, soms 3x per jaar.

Jonge merels lijken erg op hun moeder, maar ze hebben op de buik meer een vlekkenpatroon. Na de rui, krijgen ze hun eerste mannetjes- of vrouwtjes-uiterlijk. In hun eerste weken buiten het nest moeten ze ook leren reageren op vijanden. Menig mereljong wordt dan de prooi van een kat en ook het verkeer eist vooral onder jonge merels zijn tol.

Het voedsel van merels bestaat vooral uit regenwormen en bessen. Merels lopen veelal een paar passen over een gazon, houden vervolgens hun kop wat schuin, dit om regenwormen vlak onder het oppervlak te horen kruipen. Dan gaat pijlsnel de snavel de grond in en begint veelal een trek-kracht-oefening met die worm. Die komt dan vervolgens geheel of gedeeltelijk de grond uit en wordt gegeten. Tussen de strooisellaag zoeken merels veelal naar insecten en geleedpotigen, zoals pissebedden.

In de herfst en winter slapen merels vaak samen in kleine groepjes. Dit geeft meer veiligheid tegen belagers. Meer ogen en oren bespeuren sneller naderend gevaar.

T.R. van Dijk

Sunday, March 8th, 2020 Algemeen, Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de winterkoning

Winterkoning
Winterkoning

Dit vogeltje heeft de bijnaam Klein Jantje, dat is niet verwonderlijk als je de twee na kleinste vogel in Nederland bent. Als je het geluid hoort dat dit vogeltje maakt, zou je niet denken dat het uit zo’n klein vogeltje komt. Hij kan dus met recht  ‘een flinke bek’ opzetten,  zie en beluister https://www.youtube.com/watch?v=88zu0EAEYEY . In het Rembrandtpark komen flink wat winterkoningen voor.

Het is, zoals de foto goed laat zien, een vogel in diverse bruintinten, afgewisseld met zwarte streepjes. Boven zijn ogen heeft hij een opvallend wit lijntje. Wat op de foto ook goed opvalt, is zijn staart. Meestal houden de winterkoningen hun staart recht omhoog, behalve als ze vliegen. Een andere vogel die dit gedrag vertoont, is het waterhoen.

De winterkoning dankt zijn naam aan het feit dat hij één van de weinige vogels is, die in de winter zingt. Dat heeft hij gemeen met de roodborst. Beide vogelsoorten hebben een winterterritorium. Dus moeten ze geregeld aan soortgenoten laten weten, dat die plek al bezet is. Winterkoningen zijn insecteneters en insecten zijn schaars in de winter. Een winterkoning wil de insecten in zijn territorium niet graag delen met een soortgenoot. Behalve insecten en hun larven en poppen, eten ze ook graag spinnen en allerlei kleine beestjes in de strooisel laag.

Winterkoningen zijn standvogels, d.w.z. dat ze het hele jaar in ons land blijven. Wel komen er in de herfst soortgenoten uit noordoostelijker streken in de nacht uren naar ons land, om aan de winter in hun geboorteland te ontsnappen. Winterkoningen houden zich graag op in de struiklaag en op de bodem. Het zijn geen uitgesproken bosvogels, want ze houden van open stukjes (die trekken ook meer insecten, dan een dicht bos). Zodoende kun je ze ook in tuinen met struiken en klimop aantreffen. Ze houden wel van de nabijheid van water. Wat dat betreft voldoet het Rembrandtpark aan al hun wensen.

Behalve een nest om in te broeden, bouwen winterkoningen ook z.g. ‘speelnesten’. De mannetjes bouwen meerdere nesten en het vrouwtje maakt dan de keuze waar ze haar eitjes legt. Ze legt er doorgaans zo’n zeven. Vaak broeden winterkoningen 2-3 keer per jaar. Dat is ook wel nodig om te overleven als soort, want in echte winters, en zeker die met sneeuw, sterven veel winterkoningen van honger en kou.

Vaak slapen ze met meerdere exemplaren bijeen in een speelnest. De nesten van een winterkoning zijn bolvormig met een openingsgat en vanbinnen bekleed met allerlei zachte materialen. Zo zijn ze dan ’s nachts beschermd tegen de ergste kou. In tegenstelling tot grotere vogels verliezen winterkoningen heel veel warmte en moeten dus flink eten gedurende de uren met daglicht om de lange winternachten te overbruggen. Door hun voedselkeuze zie je ze vrijwel niet op voedertafels, want dat aanbod voldoet niet aan hun menu.

Sunday, February 2nd, 2020 Algemeen, Natuur in het park No Comments

Nieuwjaarsgroet Vrienden Rembrandtpark

Het bestuur van de Vereniging Vrienden van het Rembrandtpark wenst u een fijne jaarwisseling en een gelukkig 2020!

Een koude maar zonnige dag in het Rembrandtpark
Een koude maar zonnige dag in het Rembrandtpark

Monday, December 30th, 2019 Algemeen No Comments

Vogel van de maand: de staartmees

Staartmees
Staartmees

In de maand december vertoeven er groepjes staartmezen in het park. De staartmees is een schaarse broedvogel in het park, maar als de herfst aanbreekt wordt het bestand aangevuld met soortgenoten uit gebieden ten noorden en noordoosten van ons land.

De naam dankt de vogel aan zijn opvallend lange staart. Het is een overwegend wit/rose vogel aan de onderzijde en van boven zwart/rose. Voorts heeft hij een brede zwarte baan boven de ogen. Het geluid van deze mees is heel bescheiden. Aangezien ze in groepjes leven, is het lokken van een partner door luide zang ook niet noodzakelijk. In deze tijd van het jaar trekken staartmezen ook op met verwante familieleden, zoals de pimpel- en de koolmees. In ons land is de staartmees een standvogel, d.w.z. hij blijft het hele jaar in de buurt van zijn broedgebied. In Noord-Europa hebben staartmezen vaak een geheel witte kop, in de winterperiode zijn die dan ook in ons land te zien.

De vogeltjes vallen vooral op als ze met hun lange staart oversteken van de ene naar de andere boom. Ze vliegen dan veelal niet als groep tegelijk daarheen, maar het ene individu volgt kort achter elkaar het andere individu. Staartmezen komen niet snel op voedertafels en dat komt door hun voedselkeuze; ze eten vooral insecten en spinnetjes.

In het vroege voorjaar vallen de groepjes uiteen in paren. Ze beginnen al snel na de vorst met nestbouw, dit temeer omdat het nest vaak verborgen zit in groenblijvende bomen of struiken. Het nest is bolvormig en bekleed met allerlei zachte onderdelen: veertjes, pluizen, mos, insectenspinsels en bastreepjes. De man voert meestal het materiaal aan en het vrouwtje bouwt daarvan het nest. De toegang tot het nest zit bovenin het bolletje. Dan blijkt die staart wel lastig en in de loop van de broedtijd krijgt die staart zodoende een verfomfaaid uiterlijk. Ze leggen 5-16 eitjes in het nest, dus als die uitkomen en gaan opgroeien wordt het een heel gedrang in dat nest. Het broeden duurt bij deze mees twee weken. Er zijn meestal twee broedsels per jaar. De jongen van het eerste broedsel gaan dan vaak meehelpen met het voeren van de jongen van het tweede broedsel. Tot de winter blijft de hele familie vaak bijeen. Ze slapen ook in groepsverband, dicht tegen elkaar aan gedrukt op een tak. Dat scheelt warmteverlies.

Door hun voedselspecialiteit kunnen strenge winters vaak grote sterfte onder deze soort teweeg brengen. Verwante soorten als Koolmezen en pimpelmezen schakelen dan grotendeels over op zaden en zodoende komen ze vaak op voedertafels op balkons en in tuinen af.

Monday, December 2nd, 2019 Algemeen, Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de vink

Vink vrouwtje
Vink vrouwtje
Vink mannetje
Vink mannetje

Zoals op de twee foto’s te zien is, is er een groot verschil tussen het mannetje en het vrouwtje bij de vink. Zoals gebruikelijk bij vogels heeft het mannetje het kleurrijkste verenkleed. De kleuren van het vrouwtje hebben ook een doel: zij bebroedt de eieren en moet in die tijd zo min mogelijk opvallen om belagers niet op het nest attent te maken. Het mannetje laat zich voor en tijdens de broedtijd heel vaak horen. Het liedje staat in de literatuur dan ook bekend als ‘de vinkenslag’. Als je de foto’s goed bekijkt, valt bij beide vogels de brede witte baan op de vleugels op. Die is met uitgeslagen vleugels dus nog opvallender. In deze periode van het jaar zijn veel vinken op reis. Vinken reizen graag in groepen en in de wintermaanden zoeken ze graag gezamenlijk naar voedsel, dit verhoogt ook het succes op het vinden ervan. Die banen op de vleugels helpen de vogels dan bij elkaar te blijven, zeker als de lichtomstandigheden niet optimaal zijn. In ons land zijn de broedende vinken veelal standvogel, ze blijven het hele jaar in Nederland, maar een klein deel trekt naar Frankrijk en een deel daarvan steekt zelfs bij Calais over naar Engeland. Voorts komen veel Noordoost-Europese vinken naar Nederland, of trekken alleen door ons land, om een nog zuidelijker bestemming te bereiken. Zowel het mannetje als het vrouwtje hebben witte staartveren aan de buitenkant van de staart. In opgevouwen toestand zoals op de foto’s, is dat niet te zien. Vinken hebben een golvende manier van vliegen, daardoor krijgt zo’n trekkende vinken-groep een beetje een beeld van een luchtdans.

De foto’s laten ook goed zien dat de vink een stevige snavel heeft, vergelijkbaar met de huismus. Vinken komen ook wat betreft hun grootte met huismussen overeen. Buiten het zomerseizoen eten vinken dan ook voornamelijk zaden, waarbij deze snavel goed te pas komt. In de zomer eten ze vooral insecten, dat helpt ook om de verengroei na de rui van de benodigde grondstoffen te voorzien. De jongen krijgen vrijwel alleen insecten te eten van de ouders.

De vink is een echte bosvogel die graag wat hoger in de boom zijn zangpost heeft. Het nest wordt over het algemeen ook op een hogere plek gebouwd dan de meeste zangvogels doen. Dat nest hangt doorgaans in de vork van een tak. De vink broedt zo’n twee weken op vier à vijf eitjes. In het begin van het Rembrandtpark broedden er nog geen vinken in het park, maar naarmate het bomenbestand wat ouder werd en de bomen dus een stuk forser, begonnen zich stapsgewijs vinken in het park te vestigen om te broeden. Dat is in Nieuw-West ook goed te merken; nu de straatbomen wat forser uitgegroeid zijn, nestelen inmiddels ook hier en daar vinkenpaartjes in de straat- en laanbeplantingen.

Sunday, November 3rd, 2019 Algemeen No Comments

Vogel van de maand: de (Vlaamse) gaai

gaai
gaai

Officieel heet deze vogel nu gaai, vandaar de haakjes om Vlaamse, maar veel mensen noemen hem nog steeds Vlaamse gaai. Deze vogel behoort tot de familie van de kraaien. Die is doorgaans weinig kleurrijk, maar de Vlaamse gaai vormt daar een uitzondering op. Vooral de blauw-zwarte vleugeldekveertjes springen direct in het oog. Daarnaast is op zijn vleugels veel wit te zien en ook aan de basis van zijn staart. Bij zijn kop springt meteen de zwarte baardstreep in het oog. De gespikkelde kopveertjes kan de gaai ook nog opzetten, dat doet hij als hij erg opgewonden raakt.

Dat deze vogel verkozen is tot vogel van de maand, komt omdat er in oktober altijd een invasie van gaaien uit noordoost Europa in Nederland terecht komt. Onze eigen gaaien zijn doorgaans standvogel, die blijven dus het jaarrond in Nederland. Die noordoostelijke gaaien moeten wel wegtrekken om de winter daar te overleven, niet zozeer de kou, als wel het sneeuwdek dat genoeg voedsel vinden dan heel moeilijk maakt. Gaaien zijn geen echte grote afstandsvliegers, maar door over een langere periode steeds een flink aantal kilometers te vliegen, kom je tenslotte ook in Nederland aan.

Hun voedsel bestaat voor het grootste deel uit insecten (90% buiten de winterperiode), vooral rupsen, maar met het invallen van de herfst schakelen ze over op allerlei vruchten. Ze verzamelen dan ook flinke hoeveelheden eikels en beukennootjes, die ze begraven. Als je in deze tijd een gaai met een eikel in de snavel ziet langs vliegen, weet je dat hij op weg is om die ergens onder de grond te verstoppen als wintervoorraad. Niet al die begraven noten worden echter opgegeten, zodat er dankzij de gaaien hier en daar nieuwe bomen ontspruiten in het voorjaar. De gaai wordt hierdoor ook wel de bosbouwer onder de vogels genoemd. In de herfst zijn de vogels in flinke aantallen aanwezig en zijn ze ook erg luidruchtig. Krijsend zitten ze elkaar dan vaak achterna. In het broedseizoen zijn er maar sporadisch gaaien in het park te zien. Als broedvogel zijn ze minder voorkomend dan zwarte kraaien of eksters, maar ze zijn in de lente ook veel stiller en schuwer. Wie geluk heeft kan soms horen dat gaaien in het voorjaar ook kunnen zingen. Een heel bescheiden liedje voor zo’n flinke vogel, en het geproduceerde geluid draagt dan ook niet ver. Zodoende valt de gaai ook onder de zangvogels.

Gaaien krijgen vaak de schuld van het leeghalen van andere vogelnesten, maar vogels die hun nest goed verstoppen blijken maar weinig last van gaaien te hebben. De meeste eieren of jongen eten de gaaien uit houtduifnesten. Die liggen vaak open en bloot tussen de boomtakken en als er even geen oudervogel aanwezig is, dan is een gaai er snel bij. Gezien de houtduifpopulatie heeft dat geen enkel effect op de aantallen houtduiven. Nu o.a. eikenprocessierupsen steeds meer opdringen, mogen we blij zijn met zulke rupsenliefhebbers.

Sunday, October 6th, 2019 Algemeen No Comments

Oproep tot steunen volksinitiatief om parken openbaar toegankelijk houden

Het bestuur van de Vereniging Vrienden Rembrandtpark steunt de Amsterdamse actiegroep Mokum Reclaimed die zich inzet voor de openbare toegankelijkheid van stadsparken en -pleinen.

We roepen onze leden en sympathisanten op om zich in het volksinitiatief te verdiepen en indien mogelijk te steunen door te ondertekenen.

Dit is de website van Mokum Reclaimed met de uitleg: https://www.mokum-reclaimed.nl/

Dit is de link om naar de ondertekening te gaan: https://v45.os-surveys.nl/mrIWeb/mrIWeb.dll?I.Project=O15205_9&I.user1=stemmen&Id=1

Sunday, September 22nd, 2019 Algemeen No Comments

Rembrandparkfestival op zondagmiddag 29 september

Rembrandtparkfestival
Rembrandtparkfestival

Op zondag 29 september zal de veertiende editie van het Rembrandtparkfestival gaan plaatsvinden. Het festival start om 11 uur en duurt tot ongeveer 18.30.

Dit jaar hebben we als thema “VLINDERS” gekozen, omdat het slecht gaat met de insecten in de wereld. En vlinders, die vrolijke, veelkleurige, fladderende bewoners van ons Rembrandtpark kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken. Vandaar dat we ze wat extra aandacht willen geven.

Zoals u gewend bent is het een gezellige mengeling van entertainment, zelf de handen uit de mouwen steken, informatie opdoen en gezellig snuffelen tussen kraampjes met aanbiedingen op allerhande terrein. Natuurlijk wordt er ook voor gezorgd dat de inwendige mens niet vergeten wordt, ook op dat gebied is er voor een ieder wat naar zijn of haar smaak.

Voor de kinderen zijn er extra activiteiten op de kinderboerderij en ’t Landje.

Als het weer ook zijn medewerking wil verlenen zal het zeker weer een gezellige drukte geven. Dus kom een kijkje nemen.

Tuesday, September 10th, 2019 Algemeen No Comments

Vogel van de maand: de meerkoet

meerkoet
meerkoet

De meerkoet is een watervogel die tot de familie van de rallen behoort. Aan de snavel is meteen te zien dat hij niet bij de eendenfamilie hoort. Ook heeft hij aan zijn poten geen zwemvliezen zoals bij een eend, maar lobben. Elke teen heeft aan weerskanten een aantal verbredingen. Daarmee kan hij zich in het water afzetten, maar hij kan daarmee ook heel makkelijk over een moerassige bodem lopen. Dat gaat een stuk moeizamer met zwemvliezen.

Vroeger werd de meerkoet meerkol genoemd. Kol is de opvallende witte vlek boven de snavel. Die witte vlek valt bij de meerkoet des te meer op, doordat zijn verenpak geheel zwart is. De snavel is eveneens wit en de poten zijn blauwgrijs van kleur. De verandering van de naam is afgeleid van het geluid dat deze vogel maakt en dat doet denken aan koet, koet.

Je komt ze niet alleen in ons park tegen, maar overal in de wateren van onze stad. Dat is echter nog maar betrekkelijk kort het geval. Tot 1900 zag je meerkoeten alleen buiten de bebouwde kom. Door afname van de jacht zijn de vogels langzaamaan de stadsrand binnen geschoven.

Ze vinden hun voedsel zowel op de waterkanten als op de waterbodem, want meerkoeten kunnen goed duiken. Dat doen ze vanuit een soort sprongetje, dit in tegenstelling tot de eerder besproken fuut, die gestroomlijnd onder water schuift. Ze zwemmen dan recht naar de bodem en laten zich na bemachtiging van iets eetbaars door de lucht tussen hun veren als een kurk weer naar de oppervlakte terugschieten. Ze eten gras en plantenzaadjes, insecten, waterplanten, schelpdieren (vooral driehoeksmosseltjes en waterslakken). De schelpdierhuisjes gebruiken ze in hun maag om het voedsel te vermalen.

Meerkoeten bouwen een flink hoog nest tussen de oevervegetatie of verankerd aan een grote tak die in de water ligt. Daarbij gebruiken ze vaak ook allerlei menselijk zwerfvuil. Ze leggen meestal 8 eieren, waaruit uiteindelijk doorgaans 3 tot 4 jongen opgroeien. Die jongen hebben in het begin knalrode punkerkopjes. Het territorium wordt fel verdedigd, niet alleen tegen soortgenoten, maar ook tegen andere vogelpassanten. Alleen voor futen lijken ze respect te hebben, die broeden soms maar op enkele meters van een meerkoet nest. Vaak hebben meerkoeten twee broedsels, waarbij de grote eerste jongen soms meehelpen de kleinere familieleden groot te brengen. Als de donsveren vervangen zijn door echte veren, verdwijnt ook het rode kopje. Dan zijn de jongen nog van hun ouders te onderscheiden door de valere kleur en de lichte hals.

Na het broedseizoen gaan de meerkoeten steeds grotere groepen vormen en trekken ze ook naar ruimer water. In tegenstelling tot eenden verliezen ze tijdens de rui niet al hun slagpennen tegelijk, zodat ze kunnen blijven vliegen tijdens de rui. Steeds verliezen ze aan beide vleugels op dezelfde plek een veer, tot ze allemaal zijn vervangen.

Onze meerkoeten zijn doorgaans standvogels, ze blijven het hele jaar in Nederland. Wel krijgen ze daarbij aanvulling van soortgenoten uit noordelijker en oostelijker Europa. Als het water dichtvriest, zie je ze vaak foerageren op grasvelden. Als die bedekt raken met sneeuw moeten ze uitwijken naar dieper open water. In het Rembrandtpark kunnen ze dan vaak nog onder de viaducten open water vinden.

Meerkoeten stijgen doorgaans niet direct uit het water op, maar nemen eerst een aanloop, terwijl ze tegelijk hun vleugels uitslaan.

Sunday, September 8th, 2019 Algemeen No Comments

Vogel van de maand: de houtduif

houtduif
houtduif

Deze wilde duif is een slag groter dan de reguliere ‘stadsduif’. Het grootste verschil is de witte nekvlek, die zie je niet bij een stadsduif. Als deze duif zijn vleugels uitslaat is er nog meer wit te zien. Midden over de vleugel loopt een witte baan van de voorkant naar de achterkant van de vleugel. In zittende houding is dat wit van de vleugel in de vleugelbocht enigszins te zien. Pas uitgevlogen jongen van de houtduif hebben nog geen witte nekvlek. Die verschijnt pas rond het einde van de zomer. Het geluid dat de houtduif maakt klinkt als roe-koe, koe, koe. Dus een viertonig deuntje. Stadsduiven brengen een eindeloos herhaald roekoe, roekoe, roekoe voort.

In ons land zijn houtduiven voornamelijk standvogel. Ze blijven het jaarrond in Nederland. Scandinavische vogels zakken tegen het einde van de zomer naar het zuiden af, tot zelfs Zuid-Europa aan toe. Veel duiven vallen ten slachtoffer aan de jacht. Ook in Nederland zijn houtduiven niet beschermd, maar de stad biedt ze de gewenste bescherming tegen jachtge-weren. De houtduif is pas rond 1900 stadsbewoner geworden, voor die tijd was het een echte bosvogel. Dat weten we o.a. door de beschrijvingen van Jac. P. Thijsse in zijn vermaarde Verkade-albums.

Een vrouwtje veroveren doen de mannetjes niet zozeer door hun ‘liedje’, maar meer door een speciale manier van vliegen: de baltsvlucht. De houtduif slaat dan zijn vleugels boven zijn rug tegen elkaar, terwijl hij omhoog vliegt. Vervolgens laat hij zich in een zeilvlucht omlaag zakken, waarna hij dit tafereel nog enige malen herhaalt. Een houtduivennest is geen kunstwerk, maar meer een opeenstapeling van takjes, waarop tenslotte twee spierwitte eitjes worden gelegd. Na 16 dagen broeden door zowel het mannetje als het vrouwtje kruipen de jongen uit het ei. Kort na elkaar, want het vrouwtje begint pas na het leggen van het tweede ei aan het broedproces. Na vier weken zijn de jongen vliegvlug. Ze worden dan nog een poosje buiten het nest door de ouders gevoerd, tot ze zelf hun voedsel bij elkaar kunnen zoeken. Dit zijn vooral zaden, vandaar dat we deze duiven vaak op de grote grasvelden zien rondscharrelen, zolang daar nog geen mensen gaan lopen. Doorgaans hebben houtduiven twee broedsels per jaar.

Na het broedseizoen vormen houtduiven vaak groepjes, die tegen de avond gezamenlijk gaan slapen. Die slaapplaats is dan meestal een verzamelplaats van tal van houtduivengroepjes. In de vroege morgenuren waaieren die dan weer in alle richtingen uiteen. Zulke gezamenlijke slaapplaatsen zorgen voor veiligheid. Veel ogen zien ook snel gevaar naderen. Voorts herkennen ze van elkaar ook welke groepjes erg succesvol zijn geweest in voedsel verzamelen. Dan volgen ze zo’n groep als die de volgende morgen weer die plek gaat opzoeken, om zelf een graantje mee te pikken.

Sunday, August 18th, 2019 Algemeen No Comments

Abonneer U!

Search

 

Categorieën

Kalender

April 2020
M T W T F S S
« Mar    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930  

Archief