Natuur in het park

Vogelexcursie zondag 10 maart 2024

Op zondag 10 maart gaan we weer een vogelrondleiding door het park houden.

We vertrekken om 10.00 uur vanaf de ingang van de kinderboerderij. Omdat het aantal deelnemers wel begrensd is, is aanmelding voor deze excursie noodzakelijk.

Dit kan via e-mail: tr.vandijk@planet.nl  of telefonisch via 020-6141492

Als het weer langdurige regen te zien geeft, zal de excursie geen doorgang vinden. Het meenemen van een verrekijker verdient wel aanbeveling. (misschien van een bekende lenen)

Tuesday, February 20th, 2024 Algemeen, Natuur in het park No Comments

Plant van de maand: de Winterakoniet

Eerst even voorstellen

Ik ben Bertien Besteman. Ik ben ecoloog en werk voor mijn adviesbureau b&d Natuuradvies.

Rond 2006 mochten we voor Stadsdeel Slotervaart de natuur in het Rembrandtpark monitoren. Eén monitoringsonderdeel was: de planten.

In ongeveer 2008 kwam ik in aanraking met de Vereniging Vrienden van het Rembrandtpark en ik kreeg goed contact met Teun van Dijk, die mij geregeld onderzoeksgegevens verstrekte, en antwoord gaf op mijn vragen over vogels en vogelmonitoring.

Tot 2018 vroeg het stadsdeel, inmiddels Nieuw-West, ons af en toe onderzoek te doen of het park te inspecteren, wat ik met diverse collega’s deed. Mijn kennis over het park is dus misschien wat gedateerd, maar de planten die ik zal beschrijven zijn dat natuurlijk niet.

Winterakoniet

Nu zelfs in West-Nederland de temperatuur rond het vriespunt ligt, kan ik niet anders dan een plant kiezen die hoort bij de winter. Winterakoniet kan al in december bloeien, met de gele bloempjes boven een groene kraag. Die kraag bestaat eigenlijk uit drie, ingesneden, bladeren. De bloemen ontspruiten aan een knolvormige wortelstok. Er is niet altijd een bloem, er kan ook enkel een handvormig ingesneden blad verschijnen. Hier op de foto zijn de bloempjes gesloten tegen de regen, maar bij droger weer kun je in de zestallige bloemkroonbladen met veel meeldraden kijken. Hiervoor moet je wel door de knieën, de winterakoniet wordt namelijk niet hoger dan enkele centimeters.

De soort behoort tot de ranonkelfamilie en groeit op beschaduwde plaatsen op voedselrijke grond. Hij zorgt dat hij voldoende licht krijgt door te groeien en bloeien voordat er te veel schaduw komt, doordat de bomen boven hem bladeren krijgen.

De soort in het Rembrandtpark is in 1992 ingezaaid aan de kant van de Nachtwachtlaan en Staalmeesterslaan. Het is mooi om te zien dat er nu verspreid door het park een populatie groeit van duizenden planten. In 2010 vonden wij de soort op 8 plaatsen.

Winterakoniet komt oorspronkelijk uit Midden- en Zuidoost-Europa, en is lang geleden ingevoerd om de zogenaamde stinzen (middeleeuwse stenen woontoren in Friesland en Groningen) mee te verfraaien. Het is dus een echte stinzenplant.

Wat is een stinzenplant? De volgende plant van de maand zal er óók een zijn, er is dan ongetwijfeld ruimte om dat te beschrijven.

Thursday, February 1st, 2024 Natuur in het park No Comments

Meer groeiruimte voor een gezonder Rembrandtpark

Graag delen we onderstaand bericht van de gemeente Amsterdam over het Rembrandtpark.

Begin februari starten we met de werkzaamheden om bomen en beplanting in het Rembrandtpark meer groeiruimte, licht en voedingsstoffen te geven.

Waarom dit nodig is

Het Rembrandtpark is verdeeld in bosjes. De bosjes zijn nog geen 50 jaar oud. Bij de aanleg zijn veel bomen op een klein oppervlakte geplant. Dit is gedaan om snel een groen park te krijgen. Op dit moment vormen de bomen een dicht bladerdak, waardoor te weinig licht valt op de bodem. Hierdoor kunnen jonge bomen en de kruiden- en struikenlaag op de bodem zich slecht ontwikkelen. Deze zijn van belang voor insecten, vogels en kleine zoogdieren.

Wat we gaan doen

Voor elk bosje bepalen we welke bomen we kunnen en willen behouden. Dit zijn vaak soorten die oud kunnen worden, zoals de eik of de beuk. We verwijderen de bomen die de groei van deze bomen in de weg zitten. We letten er hierbij op dat we zo weinig mogelijk bomen verwijderen per bosje. We halen alleen bomen weg, waar dit echt nodig is. We verwerken het hout dat vrijkomt als schuilplaats voor dieren en voedsel voor beplanting. Zo ontstaat een gesloten kringloop in het park.

Uitvoering en planning

Elk jaar dunnen we ongeveer een kwart van de bosjes. Dit gebeurt meestal tussen november en april, wanneer bomen geen nieuwe bladeren aanmaken. En we de natuur het minste verstoren. Na 4 jaar zijn alle bosjes aan de beurt gekomen en begint de cyclus opnieuw. Begin februari starten we met het eerste tijdvak. We verwachten eind februari klaar te zijn.

Contact

Heeft u nog vragen of opmerkingen? Neem dan contact op met Monique Stolp via, M.stolp@amsterdam.nl

Wednesday, January 31st, 2024 Natuur in het park No Comments

Uitnodiging rondleiding dunnen Rembrandtpark

De gemeente Amsterdam nodigt u graag uit voor een rondleiding door het Rembrandtpark. Tijdens deze rondleiding zal de gemeente Amsterdam uitleggen waarom ze gaan dunnen in het park en hoe ze te werk gaan. ‘Dunnen’ is een proces waarbij een aantal bomen verdwijnen om blijvende bomen meer groeiruimte te geven. Op die manier kunnen bomen zich volwaardig ontwikkelen en wordt gewerkt aan meer variatie en duurzame bosontwikkeling.

De rondleiding zal woensdag 20 december plaatsvinden om 13.30 uur. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden door een mail te sturen naar renovatierembrandtpark@amsterdam.nl. Aanmelden kan tot en met maandag 18 december.

Wat:                         Rondleiding dunnen

Wanneer:               Woensdag 20 december 13.30 uur (duur rondleiding +- 1 uur)

Waar:                       Rembrandtpark (startlocatie wordt nog bekend gemaakt)

Thursday, December 7th, 2023 Bomenkap, Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de bosuil

bosuil

Net als de ransuil is de bosuil een onregelmatige broedvogel in het Rembrandtpark. Ook deze uil heeft een prachtige schutkleur, zodat hij als hij stilzit helemaal wegvalt in zijn omgeving. Het verenkleed is een mengeling van bruin en crème, met diverse lengtestreepjes. Ook deze uil heeft beide ogen naar voren gericht, zodat hij in het schaarse nachtlicht zich goed op zijn prooi kan richten. Die prooi speurt hij grotendeels op het gehoor op.

Terwijl de ransuil een kop met zg. ‘oor’pluimen heeft, toont deze uil een bolronde kop, met boven de snavel een donkere baan, die helemaal naar achteren loopt.

Door de speciale verenstructuur met veel donzige randen kan ook deze uil vrijwel geluidloos vliegen en zo zijn prooi verrassen.

De bosuil is een standvogel, dus hij blijft het hele jaar in ons land. Al in januari begint het mannetje met de baltsroep. Het is een duidelijk geluid in de stille avond- en nachturen. Hij wordt vaak gebruikt in detective-series, bij griezelige momenten in de nacht. In de vrije natuur roept deze uil alleen in de broedperiode.

Zoals zijn naam al aangeeft, is deze uilensoort echt gebonden aan bomen. Net als de ransuil broedt hij graag in oude ekster- en kraaiennesten, maar ze accepteren ook speciale uilennestkasten.

De uil gaat al broeden voordat het legsel voltallig is, dat betekent dat de jongen niet op dezelfde dag uit het ei kruipen. Als er te weinig voedsel is worden de jongste vogels vaak opgegeten door hun oudere broer of zus. Zo regelt de natuur dat niet alle jongen zullen verhongeren als de ouders niet voldoende voedsel kunnen aanbrengen.

Met de bosuil gaat het in ons land beter dan met de ransuil. Wel toont de populatie schommelingen van jaar tot jaar. Dat heeft meestal een relatie met de hoeveelheid beschikbare muizen, en dat hangt vaak weer samen met de weersomstandigheden, en daardoor het voedsel voor die muizen. Uit ringonderzoek is gebleken dat een bosuil ca. 22 jaar oud kan worden.

Het voedsel van deze uil bestaat uit kleine zoogdieren, kikkers en padden, grote dauwpieren, grote kevers en vogels tot het formaat van een duif. Wat een uil precies op zijn menu heeft staan, kunnen we herleiden uit de uitgespuugde braakballen.

Teun van Dijk

Sunday, October 1st, 2023 Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de ransuil

De ransuil is een onregelmatige broedvogel in het Rembrandtpark. Doordat de meeste uilen voornamelijk in de nachtelijke uren actief zijn, vallen zij sowieso al weinig op. In het begin van het jaar worden vooral mensen die hun hond uitlaten vaak op uilen geattendeerd door hun opvallende roep, die doordat het dan rustiger op straat is, toch al verder reikt dan dat overdag het geval zou zijn.

Ondanks zijn verborgen levenswijze is het wellicht interessant om iets meer te weten te komen over deze bijzondere parkvogel. Helaas werkt het verenkleed van deze uil niet mee om aandacht te trekken. Deze uil heeft een prachtige schutkleur, waardoor hij naast een boomstam bijna op een uitstulpende tak lijkt in plaats van op een vogel.

Hoewel uilen doorgaans overdag slapen, verloopt die slaap toch anders dan bij ons mensen.

Ze verzinken niet in zo’n diepe slaap als wij kennen. Uilen reageren zodoende wel op afwijkende geluiden, en doordat ze hun kop bijna 180 graden kunnen draaien, hoeven ze hun zitplaats niet te verlaten om meer van een mogelijk gevaar in de nabijheid te kunnen opmerken. Dus zo heeft een uil ons meestal wel in de gaten, maar wij hem niet.

Uilen hebben  bijzondere veren. Met name in de vleugels, waardoor hun vliegbewegingen nauwelijks geluid voortbrengen, en ze zodoende hun prooi wel aan het geluid in de duisternis kunnen detecteren. Hun oren zijn niet de twee pluimen op de kop, dat zijn gewoon kopversieringen. De oren zitten onder de veren verborgen, vlak achter de ogen.

 Het bijzondere aan uillenogen is dat ze beide recht vooruit kijken, in tegenstelling tot andere vogels, die juist op opzij kijken ingericht zijn.

Ransuilen eten vooral kleine zoogdieren, zoals allerlei soorten muizen, mollen en jonge ratten. Daarnaast eten ze ook een enkele kleine vogel, en grote insecten. Wat uilen precies eten kunnen we herleiden door de zogenaamde braakballen uit te pluizen. Ze eten hun prooien in het geheel op, maar de onverteerbare delen zoals haren, veren, botjes en het pantser van insecten, worden in een braakbal uitgespuugd. Die kun je dan vinden onder de boom waar een uil in slaapt.

Ransuilen gebruiken veelal een oud ekster- of kraaiennest als basis voor hun nest, waaraan ze dan het e.e.a. toevoegen. Gelukkig zijn eksters thans beschermde vogels, want vóór die tijd schoten jagers in het voorjaar nogal eens een schot hagel door een eksternest, ongeacht of daar op dat moment ook echt een ekster (of een ransuil) gebruik van maakte.

Helaas neemt het aantal ransuilen -net als de kleine zangvogels- in ons land de laatste decennia elk jaar verder af. Dat wordt vooral veroorzaakt door de moderne landbouw, waarbij bosschages worden opgeruimd en muizen en insecten worden bestreden, waardoor prooidieren schaars worden.

Teun van Dijk

Friday, September 1st, 2023 Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de slechtvalk

De slechtvalk voelt zich vooral  thuis op hoge bouwsels. Deze roofvogel heeft zich in 1926 voor het eerst als broedvogel in Nederland gevestigd, op het eiland Schiermonnikoog. Hij was wel jaarlijks in ons land te zien, maar dan als wintergast uit Scandinavië. Vervolgens ging hij ook op Rottum broeden.

Vanaf 1973 is het hier een jaarlijkse broedvogel. In 2007 waren er in ons land al 40 paar. Ze nestelden voornamelijk op elektriciteitscentrales, waar ze gebruik maakten van de hoge schoorstenen. In Amsterdam verscheen het eerste nest op de Hemwegcentrale. Inmiddels broeden er in Amsterdam nu ongeveer 6 paar. Daarnaast zijn er ook niet broedende paren aanwezig, zoals op de Mondriaantoren bij het Amstelstation, het Rieker Business Park, en het Science Park in de Watergraafsmeer.

In het Rembrandtpark overwinterden slechtvalken regelmatig op het Ringparkgebouw, waarbij de belettering op de kopgevel hun favoriete plek was. Op zeker moment verscheen er een paar met een jong. Dat jong bleef op het Ringparkgebouw achter toen in het voorjaar zijn ouders weer naar hun broedgebied terugkeerden. Vervolgens kreeg deze vogel een partner, maar door de plannen voor de renovatie van het gebouw kon er geen nestgelegenheid gemaakt worden voor die valken, zoals elders gebeurd is. Daardoor zijn ze de laatste jaren o.a. in de torens van het Rijksmuseum gaan broeden.

De valken vertoeven wel regelmatig op de groene daken van het UWV-gebouw aan de Delflandlaan, en op andere hoge torens in de nabijheid van het Rembrandtpark.

Het favoriete voedsel van de slechtvalk is de stadsduif. Om zo’n duif te grijpen stort de valk zich van grote hoogte uit de lucht op de vogel, die door de klap veelal meteen zijn nek breekt. Daar dankt deze valk ook zijn naam aan. Slechten betekent neerhalen/slopen. Denk aan een gebouw slechten. Ook halsbandparkieten staan op de menukaart van de valk.

Inmiddels hebben zich langs het hele snelwegtracé van de A10, met veel hoge gebouwen, paren slechtvalken gevestigd -met een jachtgebied van 2 à 3 km. Of het inmiddels opgetopte Ringparkgebouw aantrekkingskracht voor die valken heeft, zullen we moeten afwachten, maar de geplande bouw van nog twee bijgebouwen in die hoek van het park, zal in de nabije toekomst voor de valken daar in elk geval teveel verstoring geven om er te gaan broeden.

De slechtvalk heeft een donkergrijze kop, met doorlopende wangstrepen. De borst en buik zijn fijn dwarsgestreept, net als de onderzijde van de vleugels, die bovenop samen met de rugpartij dezelfde kleur vertonen als de kop van de vogel. Slechtvalken hebben spitse vleugels, waarmee ze enorme snelheden kunnen bereiken.

Teun van Dijk

Wednesday, August 2nd, 2023 Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de bosrietzanger

De bosrietzanger is zeker geen bosbewoner, maar wel een rietbewoner, als daarin wat kleine bomen of struiken staan. Hij zingt het liefst vanuit zo’n boompje of struik.

Qua uiterlijk lijkt hij als twee druppels water op de kleinere karekiet, die ik vorige maand besprak. Hij mist echter de lichte ring om het oog.

De zang van de bosrietzanger klinkt totaal anders dan die van de kleine karekiet. Hij zingt eigenlijk een eigen mix van zang van allerlei vogels, die hij in zijn leven heeft horen zingen. De zang is een soort aaneengeregen mengeling van diverse vogelgeluiden; hij is dus vooral een imitator.

Hij arriveert als het grootste deel van de kleine karekieten al lang in ons land is teruggekeerd uit het zuiden, dat is vanaf de tweede week van mei. Hij zingt tot ver in juli, vooral ’s nachts laat hij zich vaak horen. De bosrietzanger leeft niet graag in riet dat in het water staat (terwijl de kleine karekiet dit juist wel aantrekkelijk vindt).

De bosrietzanger overwintert in Oost-Afrika en trekt zodoende het liefst via de oostkant van de Middellandse Zee naar zijn winterverblijf. Omgekeerd herhaalt hij dat in het voorjaar, geen wonder dus dat hij flink later dan de kleine karekiet bij ons terugkeert.

In het Rembrandtpark is de bosrietzanger een schaarse broedvogel, die we in het zuidelijk parkdeel moeten zoeken. Net als de kleine karekiet, gaat het ook de populatie bosrietzangers in ons land voor de wind. Het aantal broedparen is van 1979 tot nu 4 x zo groot geworden!

Teun van Dijk

Saturday, July 1st, 2023 Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de kleine karekiet

kleine karekiet

Nu de maand mei is aangebroken, zijn ook de kleine karekieten weer gearriveerd uit het verre zuiden. Ze overwinteren in tropisch Afrika ten zuiden van de Sahara. Een enorme reis, die dit kleine vogeltje van het formaat koolmees, twee keer per jaar maakt.

De vogel is vernoemd naar het geluid dat hij maakt, en dat klinkt als karre-karre-kiet-kiet-kiet. Hij heeft ook nog een direct familielid van iets grotere afmetingen, die grote karekiet heet. Die vogel is in de laatste halve eeuw enorm in aantal afgenomen, en zeker niet in het Rembrandtpark aan te treffen. Met de kleine karekiet daarentegen gaat het sinds de jaren zeventig steeds beter. Tussen 1979 en 1985 werden er zo’n 70 à 110.000 broedparen in ons land geteld. Inmiddels zijn dat 150 à 250.000 duizend broedparen geworden.

De kleine karekiet is aan riet gebonden, dankzij de toename van riet in het park, is dit vogeltje een decennium geleden in het park gaan nestelen. Het aantal broedparen schommelt hier tussen de 1 – 5 broedpaar.

 In hun broedgebieden buiten de stad, moeten de kleine karekieten altijd rekening houden met de koekoek, die graag een ei in een karekietennest legt. Waarna het koekoeksjong als hij eenmaal uit het ei gekropen is, meteen alle andere eieren dan wel jongen uit het nest werkt, zodat alleen hij al het voedsel dat de karekietenouders aanbrengen tot zijn beschikking heeft. Voor die karekieten in het Rembrandtpark speelt dat geen rol, want in het park komt de koekoek niet voor. Kleine karekieten leggen doorgaans vier eieren, die zo’n elf dagen worden bebroed, waarna ze uitkomen. Na bijna twee weken verlaten de jongen het nest, en gaan ze het riet verder verkennen. In het begin worden ze dan nog door de ouders gevoerd.

De kleine karekiet broedt het liefste tussen oud riet, daarom is het belangrijk dat niet al het riet met het aanbreken van de herfst wordt gemaaid, want tussen alleen jong riet gaat de kleine karekiet niet nestelen.

De kleine karekiet is vooral licht bruin, met een nog lichtere buik en een wit keeltje. Ook de poten en de snavel zijn bruin. Rond het oog loopt een lichte ring.

Het voedsel van de kleine karekiet bestaat vooral uit insecten en daarnaast ook kleine slakjes.

Teun van Dijk

Friday, May 5th, 2023 Natuur in het park No Comments

Vogel van de maand: de boomklever

Boomklever

De boomklever is directe familie van de eerder besproken boomkruiper. Eigenlijk zouden die namen beter omgeruild kunnen worden, want juist de boomkruiper gaat langs de boomstammen omhoog, alsof hij er tegenaan gekleefd zit. De boomklever gedraagt zich meer als een mees bij het voedsel zoeken. Hij vertoont ook het typisch acrobatische mezengedrag. In tegenstelling tot de boomkruiper kan hij behalve omhoog, ook omlaag langs de boomstammen foerageren. De boomkruiper ondersteunt met zijn staart zijn klimpartij, dat doet een boomklever in het geheel niet.

Het voedsel bestaat uit insecten, noten en zaden. Ze verstoppen ook zaden, zoals ook vlaamse gaaien doen. Die plek kunnen ze ongeveer een maand onthouden. Ze klemmen net als een specht noten soms in spleten om ze zo beter met hun snavel open te kunnen hakken.

De boomklever neemt sinds 1970 in ons land flink toe van 5000 tot 6000 paar toen, naar 34.000 tot 42.000 paar nu. Dit komt o.a. door een natuurlijker bosbeheer en de toename van bos in ons land, en aanplant van meer inheemse boomsoorten.

Het is een vogel met een opvallende zwarte naar achteren doorlopende ooglijn. Hij heeft een oranje buik en keel, zijn wangen zijn wit, de kopkap, rug, vleugels en staart zijn blauw. Hij heeft krachtige tenen met lange nagels, om goed grip op de bomen te hebben. Vooral de lange achterteen is heel opvallend.

De boomklever broedt in boomholtes en in nestkastjes. Holtes met een te grote opening metselen ze met klei gedeeltelijk dicht om zo vijanden (zoals eekhoorns en marters) uit hun nest te weren.

Op de Veluwe hebben boomklevers last van kalkgebrek. Hierdoor leggen ze zwakke eieren die soms tijdens het broeden breken, en jonge vogels krijgen broze botten, die breken vóór ze kunnen uitvliegen. Beukennootjes en zonnebloempitten bevatten kalk, en het aanbieden van verkruimelde kippeneierschalen op de voedertafel biedt de boomklever ook die belangrijke bouwstof.

Boomklevers zijn standvogels (ze blijven het hele jaar in de buurt van hun broedgebied). Ze hebben ongeveer het formaat van een huismus. De laatste jaren verschijnen ze steeds meer in villawijken. In het westen van ons land zijn boomklevers nog schaars, maar in het Rembrandtpark is het een onregelmatige broedvogel. Ze vliegen net als een specht met golfbewegingen.

Teun van Dijk

Saturday, April 1st, 2023 Natuur in het park No Comments

Abonneer U!

Search

 

Categorieën

Kalender

February 2024
M T W T F S S
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
26272829  

Archief